Geschiedenis

Pittoresk

In het midden van de vorige eeuw mocht het stadje Ommen zich eigenlijk nog een pittoresk dorpje noemen. Van bedrijventerreinen was destijds nog geen sprake of je moet het gebied rond de Haven als zodanig willen bestempelen. Het gezicht van de middenstand werd grotendeels vorm gegeven door winkels als die van Bemboom in de Bouwstraat, die zich de voorloper van Hema en Blokker mag noemen; Hengelaar, als onze toenmalige supermarkt bij de Varsenerpoort en niet te vergeten Oldeman in de Brugstraat waar je voor en met een uurwerk terecht kon. De Brugstraat was in die tijd nog een echte straat aan een brug, want de oevers van de Vecht waren door de vorige brug verbonden van het gemeentehuis-van-toen (waar nu het Tinnenfiguren Museum is gehuisvest) tot de andere kant van Hotel De Zon. Vanaf die  brug zou je zo in de etalage van het historische pand van Cecil kunnen kijken, wanneer die er één had gehad en de contouren van de stad werden vooral bepaald door straten waar de Middeleeuwse Ommer z’n wandelingetje langs de stadsmuren maakte.

De baron

Eigenlijk teerde men in die tijd nog op de erfenis van dé grote man uit de geschiedenis van Ommen, baron Van Pallandt. Hij was het die Ommen op de kaart wist te zetten, door allereerst Krisnamurti naar Ommen te halen. Duizenden mensen vanuit de hele wereld waren onder de indruk van de Oosterling en reisden naar Ommen om van hem te leren. Reken maar dat onze bevolking daar z’n voordeel mee wist te doen. De Ommer bevolking leerde zo hoe om te gaan met toeristen. Later wist Van Pallandt, ook vanuit Ommen, de padvinderij in Nederland van de grond te krijgen en niet voor niets worden er nog steeds ieder jaar grote kampen voor scouts georganiseerd in de bossen van onze gemeente, hùn oorsprong. De eerste sociale woningbouw in Ommen, de Edith-Hof, was ook het werk van de baron. Net als het schooltje en de eerste bibliotheek, aan de Koesteeg. En om de boeren, die akkertjes langs de Vecht hadden, te beschermen tegen dat lastige stuifzand liet hij een deel van Eerde en Besthmen beplanten, met uitzondering van dat stukje wat we nu Sahara noemen.

Nieuwbouw

Om aan de sterke groei van de bevolking tegemoet te komen, werd buiten de bebouwde kom van Ommen voor het eerst projectmatig aan huizenbouw gedaan. De toenmalige bewoners van onze stad bekeken met argusogen de activiteiten aan de oostkant van Ommen en ten zuiden van de Hardenbergerweg. Zij waren getuige van de bouw van de eerste moderne woonwijk alhier. En om dat nieuwe deel van Ommen glans te geven, kregen de straten namen van roemrijke figuren uit de vaderlandse (zee)geschiedenis. Zo werd de Zeeheldenbuurt geboren. Laarakkers, Strangen, Dante en Alteveer waren toen nog veraf gelegen gebieden buiten de stad waar de jeugd zich vermaakte met kievietseieren zoeken en slootje springen en waar agrariërs uit de omgeving hun mest strooiden en hun brood verdienden.

Vrije tijd

In die tijd, waarin de televisie een zwart/wit statussymbool was, de paar auto’s die hier rondreden op puffende en waggelende koekblikken leken en artiesten als Anneke Grönloh en Ben Cramer als sterren de hitlijsten beklommen, was vrije tijd een begrip waaraan men nog moest wennen en mee moest leren omgaan. Zo zat moeder in haar vrije uurtjes naar een hoorspel op de radio te luisteren terwijl ze ondertussen ook nog nuttig zat te handwerken, zodat de kinderen met Sinterklaas een nieuwe trui in hun schoenen vonden. Zo ging de zoon des huizes op voetbal, zusje naar gymnastiek en samen mochten ze naar de muziekvereniging die bij hun kerk of levensfilosofie paste. Papa ten slotte mocht ook iets leuks doen in zijn nieuwe vrije tijd.

Geef een reactie